Kosten advocaat vanwege ontslagprocedure niet aftrekbaar

Werknemers kunnen hun kosten van rechtsbijstand voor een ontslagprocedure niet ten laste van het inkomen brengen. Als bij de werknemer het in rechte te ontlenen vertrouwen is gewekt dat kosten van rechtsbijstand aftrekbaar zijn, zijn deze kosten wel aftrekbaar.

In 2015 krijgt een werknemer met een ontslagprocedure te maken en schakelt daarvoor een advocaat in om een procedure te starten tegen zijn werkgever. De advocaat brengt hem daarvoor € 5.406 aan kosten in rekening. In zijn aangifte inkomstenbelasting 2015 voert de werknemer deze kosten op als een te verrekenen verlies uit voorgaande jaren. Bij de aanslagregeling houdt de inspecteur geen rekening met deze kosten. In geschil bij Hof Den Bosch is de aftrekbaarheid van de advocaatkosten vanwege de ontslagprocedure. Het hof verwijst voor zijn motivering naar een arrest van de Hoge Raad uit 2007 en oordeelt dat de kosten van de advocaat niet aftrekbaar zijn. Het hof oordeelt dat ook geen sprake is van een in rechte te beschermen vertrouwen dat door de Belastingdienst is gewekt door een algemene toelichting op de aangifte. Ook in de toelichting in de aangifte bij de post te verrekenen verliezen staat niets over het toestaan van aftrek van advocaatkosten. Het toepassen van de hardheidsclausule is voorbehouden aan de minister van Financiën, dat kan het hof niet. Evenmin dat het hof bevoegd is te beslissen op een verzoek om kwijtschelding. Dat moet de werknemer bij de ontvanger van de Belastingdienst vragen. Bron: Hof Den Bosch 21-2-2019

Langzittende CEO’s scoren het laagst

Hoe beter de manager, hoe hoger de arbeidsproductiviteit. Wel scoren langzittende CEO’s fors lager. Dit blijkt uit gezamenlijk onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en het CBS.

De kwaliteit van het management van een representatieve groep van ongeveer 450 grotere industriële bedrijven is in 2018 gemeten door de Rijksuniversiteit Groningen en de Rabobank. Het CBS heeft de enquêteresultaten gecombineerd met bedrijfseconomische gegevens van de betreffende bedrijven en informatie over hun hoogste baas, de CEO. De resultaten laten een duidelijk positieve samenhang zien tussen de overall-kwaliteit van het management en de gemiddelde arbeidsproductiviteit. Met andere woorden, beter geleide bedrijven zijn gemiddeld productiever dan minder goed geleide bedrijven. Deze conclusie blijft staan wanneer rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld de bedrijfsomvang en de bedrijfstak waarin het bedrijf actief is. Het blijkt dat de managementkwaliteit tot een bepaald salarisniveau positief samenhangt met het salaris van de CEO. Met andere woorden, beter betaalde topmanagers lijken tot op zekere hoogte ook beter te presteren. Het positieve verband lijkt te stagneren boven de € 600.000: de managementkwaliteit bij bedrijven met een CEO die meer dan € 600.000 verdient, verschilt niet significant van die bij bedrijven met een CEO die € 400.000 tot € 600.000 verdient. Ook hangt de managementkwaliteit samen met het aantal jaren dat de CEO leidinggeeft bij het bedrijf. De langstzittende CEO’s werken bij bedrijven met de laagste managementkwaliteit. Vooral op het terrein van personeelsmanagement scoren de langstzittende CEO’s fors lager. De CEO’s die juist kort als bestuurder actief zijn, halen de beste scores.

Preventie belangrijker dan handhaving bij arbo

In Nederland komen jaarlijks zo’n 4.000 werknemers om door vies en gevaarlijk werk. En dat aantal stijgt. Een slechte zaak volgens VNO-NCW. De Stichting Arbeidsongevallen heeft een aantal verbetervoorstellen gedaan.

Volgens VNO-NCW is er al veel winst te behalen door betere kennis van het werk en de stoffen waarmee gewerkt wordt. De Stichting Arbeidsongevallen heeft volgens VNO-NCW een aantal goede voorstellen gedaan voor verbetering. Niet het beboeten van bedrijven moet voorop staan, maar juist actie aan de voorkant zodat bedrijven op voorhand maatregelen nemen en leren van incidenten. Juist door daar beter over te adviseren vanuit de Inspectie en met een gezamenlijke aanpak is veel winst te behalen. Ook verwijst het VNO-NCW naar het recente voorstel van de Commissie Van Straalen die het kabinet adviseert over verbetering van regelgeving voor het MKB. Deze Commissie adviseerde tot verdere vereenvoudiging van bestaande elektronische middelen, zoals een eenvoudige online tool om die RIE in te vullen. Verder kunnen die middelen meer worden voorzien van een sectorspecifiek menu om zo min mogelijk tijd verloren te laten te laten gaan. Bron: VNO-NCW, 26-04-2019

Verkoopwinst panden in privé belast bij dga

Opbrengsten van verkoop van onroerende zaken kunnen belast zijn in privé. Daarvan is sprake als verkoop van onroerende zaken in privé in het verlengde liggen van de activiteiten van de bv’s van de dga, van extra kennis van de dga over transacties met onroerende zaken, het ontbreken van concrete aanwijzingen voor verhuur in privé of zelfbewoning en de korte periode tussen de aan- en verkoop van de panden.

Een dga heeft via zijn holding alle aandelen in een bv. Deze bv heeft als doel het verrichten van aanneemwerkzaamheden. Daarnaast probeert de bv ook panden met winst te verkopen nadat zij de panden heeft aangekocht en opgeknapt. Op 10 maart 2011 heeft de dga in privé een woning gekocht. Na het opknappen heeft de dga deze woning met winst verkocht. In zijn aangifte inkomstenbelasting heeft hij niets van deze transactie aangegeven. Op 10 juli 2012 kocht de dga een andere onroerende zaak. Ook deze onroerende zaak heeft de dga met winst op 25 juni 2013 verkocht. Ook van deze woning gaf hij in zijn aangifte inkomstenbelasting niets aan. Bij Rechtbank Noord-Holland is in geschil of de verkoopopbrengsten op de onroerende zaken als resultaat uit overige werkzaamheden in privé bij de dga zijn belast. De rechtbank oordeelt in het nadeel van de dga. De dga heeft ten aanzien van de aan- en verkoop van onroerende zaken en het opknappen hiervan een bijzondere kennis. De feitelijke gang van zaken bij de aan- en doorverkoop van de panden in privé wijkt niet af van de gang van zaken bij de vennootschappen van de dga. Daarbij komt dat er een relatief korte periode zit tussen de aan- en verkoop van de onroerende zaken. Bovendien ontbreekt enige aanwijzing voor verhuur of zelfbewoning in privé. Voor het bewijs van zelfbewoning van de tweede onroerende zaak heeft de dga weliswaar een notariële verklaring overgelegd, maar concrete aanwijzingen voor verhuur of zelfbewoning staan in de offerte, leveringsakte of hypotheekakte. De dga weigert deze belangrijke documenten te overleggen en de rechtbank vindt dat de nadelige gevolgen van het niet overhandigen van de stukken voor zijn rekening moet komen. De rechtbank oordeelt dat de winsten bij verkoop van de panden belast is als resultaat uit overige werkzaamheden. Bron: Rb. Noord-Holland 30-04-2019

ISDN Stopt! Wat nu? Let op! KPN stopt met ISDN, stap tijdig over naar VoIP

Er komt een einde aan het traditionele telefonie dat wij al kennen sinds de jaren 90. KPN heeft officieel aangegeven per 1 september 2019 te stoppen met het aanbieden van ISDN. Maakt uw bedrijf nog gebruik van telefonie via ISDN? Dan bent u genoodzaakt om op zoek te gaan naar een andere oplossing. Voor de meeste organisaties is overstappen naar VoIP het beste alternatief.

In de jaren 90 kwam de ISDN-telefoonlijn in opkomst. Veel mensen, maar ook bedrijven, stapte over van een analoge verbinding naar ISDN omdat deze het mogelijk maakt om tegelijkertijd te bellen en te internetten. De techniek werd erg populair vanwege betrouwbare telefoonverbindingen en goede geluidskwaliteit. De kans is daarom ook groot dat jouw bedrijf al jaren met plezier gebruik maakt van een ISDN-verbinding en geen noodzaak ziet om daar verandering in te brengen. Echter komt er een einde aan het traditionele telefonie dat wij kennen sinds de jaren 90. KPN heeft officieel aangegeven op 1 september 2019 te stoppen met het aanbieden van enkelvoudige en meervoudige ISDN 1/2 en meervoudige PSTN.

KPN stopt met ISDN om de simpele reden dat het te duur wordt. De laatste jaren zijn de tarieven voor telefonie erg onder druk gezet door het goedkopere en veelzijdiger alternatief; VoIP-telefonie (bellen via internet) Toch zijn de tarieven voor ISDN nog steeds redelijk hoog en daardoor neemt het gebruik sterk af. Steeds meer mensen internetten via een krachtige kabelverbinding en maken hierbij gebruik van bellen via internet (VoIP). Daardoor is het onderhoud aan de ISDN-lijnen te duur geworden en heeft KPN besloten om het ISDN-netwerk te vervangen door VoIP. Bellen via VoIP is goedkoop en de geluidskwaliteit is erg goed, daarom stappen steeds meer particulieren en bedrijven over.

VoIP staat voor Voice over Internet Protocol en zorgt ervoor dat je kunt bellen via het internet. Dit brengt een aantal voordelen met zich mee: Je bent namelijk niet meer gebonden aan KPN, je bespaart behoorlijk op de maandelijkse belkosten, je betaalt enkel voor de diensten die je ook daadwerkelijk gebruikt en je betaalt geen eenmalige aanschafkosten meer voor een fysieke telefooncentrale. Daarom is het zeer geschikt voor MKB bedrijven en grotere organisaties.

Maakt jouw organisatie nog gebruik van telefonie via ISDN? Dan ben je genoodzaakt om op zoek te gaan naar een andere oplossing. Wacht niet tot het te laat is, want wanneer KPN de stekker eruit trekt is je organisatie niet meer bereikbaar. Stap daarom nu in alle rust over. Voor de meeste bedrijven is overstappen naar VoIP het beste alternatief. Onze partner Simply IT kan hierbij helpen. Samen bepalen we welk alternatief het beste bij jouw organisatie past.

Fictieve verkrijging na verkoop woning aan erfgenaam

Als iemand een woning verkoopt aan zijn/haar erfgenaam en na de verkoop in de woning mag blijven wonen, dan is het na het overlijden van de erflater mogelijk dat de erfgenaam de woning krachtens erfrecht heeft verkregen.

In deze zaak woonden een moeder en haar dochter samen in een woning die eigendom was van de moeder. In december 2014 verkocht de moeder de woning aan haar dochter voor een prijs van € 155.000. Bij het vaststellen van de koopprijs was rekening gehouden met een recht van vruchtgebruik en het feit dat de moeder in de woning bleef wonen. Omdat de dochter de koopsom schuldig bleef, werd hiervoor een overeenkomst van geldlening gesloten. Vervolgens schold de moeder de geldlening kwijt, waarbij zij een beroep deed op de verhoogde vrijstelling van € 100.000 voor het schenken van een woning. De dochter betaalde over het restant (€ 55.000) € 5.500 schenkbelasting. Toen de moeder in 2015 overleed, binnen 180 dagen na verkoop van de woning, stelde de inspecteur dat de dochter de woning fictief krachtens erfrecht had verkregen. Het hof was het hiermee eens. Aangezien de moeder na de verkoop tot haar overlijden in de woning was blijven wonen en zij voor het woongenot niet de minimale vergoeding van 6% (per jaar) over de waarde van de woning had betaald, gold de fictiebepaling uit de Successiewet. De woning behoorde daarom tot de nalatenschap van de moeder en de dochter had de woning fictief verkregen. Bron: Hof Den Haag, 26-4-2019

Belastingadviseur mag cliënt geen geld lenen

Een belastingadviseur die lid is van het Register Belastingadviseurs (RB), mag op grond van het tuchtrecht van deze beroepsorganisatie geen werkzaamheden verrichten die onverenigbaar zijn met de onafhankelijke uitoefening van het beroep van belastingadviseur, zoals geld uitlenen aan een cliënt. Doet hij dit toch, dan mag zijn werkgever hem ontslaan.

Een belastingadviseur trad in 2011 in dienst bij een accountantskantoor. Op grond van de arbeidsovereenkomst moest de man zich houden aan regels in het kwaliteitshandboek op het gebied van onafhankelijkheid en integriteit. Omdat de man lid was van het Register Belastingadviseurs, moest hij zich ook houden aan de regels van het tuchtrecht van het RB. Dit betekent onder meer dat hij geen werkzaamheden mag verrichten die onverenigbaar zijn met de onafhankelijkheid van een belastingadviseur. Desondanks verstrekte de belastingadviseur in privé een hypothecaire geldlening van € 200.000 aan een cliënt. Toen zijn werkgever dit ontdekte, ontbond hij de arbeidsovereenkomst. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden was de belastingadviseur gebonden aan het kwaliteitshandboek van zijn werkgever en aan de gedragsregels van het RB. Dit betekende dat de man niet zonder toestemming van zijn werkgever een lening had mogen verstrekken aan zijn cliënt, aangezien dit onverenigbaar was met zijn onafhankelijke functie van belastingadviseur. Het hof oordeelde dan ook dat er sprake was van verwijtbaar handelen en dat de werkgever de arbeidsovereenkomst mocht ontbinden. Wel moest de werkgever een transitievergoeding betalen, want het hof vond het handelen van de adviseur niet dusdanig verwijtbaar dat hij geen recht had op een transitievergoeding. Hierbij liet het hof meewegen dat het voor een belastingadviseur niet expliciet verboden is om geldleningen te verstrekken. Bovendien had de adviseur niet geprobeerd om de verstrekte lening achter te houden voor zijn werkgever, aangezien hij de lening expliciet had vermeld in de jaarrekening. Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden, 16-4-2019

Kansen voor Nederlanders op European Inventor Award

Het Europees Octrooibureau (EOB) maakt op 20 juni bekend wie uit honderden uitvinders over de hele wereld de winnaars zijn van de European Inventor Award 2019. Dit jaar dingen er ook twee Nederlandse finalisten mee naar de prijs.

De European Inventor Award is een prijs voor onderzoekers en uitvinders die technieken ontwikkelden waar – meestal meerdere – octrooien voor zijn aangevraagd. Materiaalwetenschapper en uitvinder Rik Breur doet mee in de categorie MKB. Zijn zelfklevende anti-aangroei-tapijt voorkomt aangroei van zeeorganismen op scheepsrompen zonder dat daarbij schadelijke en zeewatervervuilende chemicaliën worden gebruikt. Het milieuvriendelijk alternatief voor giftige verfstoffen bespaart reders en eigenaren van vaste bouwwerken op zee, zoals windparken en olieplatforms, dure schoonmaakoperaties en leidt tot efficiënter brandstofverbruik op schepen. In de categorie Industrie dingen ingenieurs Alexander van der Lely en Karel van den Berg mee naar een prijs. Zij ontwikkelden een volledig geautomatiseerde melkrobot: De Astronaut. Deze koe-vriendelijke melkrobot komt het dierenwelzijn ten goede, verhoogt de melkopbrengst, reduceert arbeidskosten en helpt boeren bij een efficiëntere bedrijfsvoering. Naast de 5 uitvindersprijzen reikt het EOB op 20 juni ook de Publieksprijs uit. Tot 16 juni kan iedereen via https://popular-prize.epo.org/ op de uitvinder stemmen die de Publieksprijs moet winnen. Onder de stemmers verloot het EOB een prijs. De prijsuitreiking (alle categorieën plus de Publieksprijs) is op 20 juni live te zien op de website van het EOB. Daar vindt u ook alle achtergrondinformatie over de European Inventor Award. Bron: RVO.nl, 7-5-2019

Afwijking van testament kan fiscale gevolgen hebben

Als bij de uitvoering van het testament van een overleden ouder ten gunste van de kinderen – en ten nadele van de andere ouder – van het testament wordt afgeweken, kan dit gevolgen hebben voor de erfbelasting die moet worden betaald na het overlijden van de tweede ouder. Dit blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Den Haag.

In deze zaak hadden twee echtgenoten die in gemeenschap van goederen waren getrouwd, in hun beider testamenten de toenmalige ouderlijke boedelverdeling opgenomen. Dit betekende dat toen de man overleed, zijn vrouw de gehele nalatenschap kreeg toebedeeld. Hun zoon verkreeg een onderbedelingsvordering op zijn moeder, waarbij het testament bepaalde dat deze vordering pas opeisbaar was bij het overlijden, hertrouwen in gemeenschap van goederen, faillissement of surséance van betaling van de moeder. Vervolgens stelden de moeder en haar zoon bij de notaris een akte op waarin de opeisbaarheidsgronden werden uitgebreid: de hoofdsom van de onderbedelingsvordering zou ook opeisbaar zijn als de moeder zou verhuizen naar een verpleeghuis of bejaardentehuis. Een jaar later droeg de moeder de economische eigendom van een woning over aan haar zoon, waarbij de koopprijs voor een deel werd verrekend met de onderbedelingsvordering. Het restant van de koopprijs werd kwijtgescholden. De inspecteur vond dat de afwijkingen van het testament ertoe leidden dat de zoon bij het overlijden van zijn moeder een fictief voordeel uit erfenis genoot. De rechtbank was het met de inspecteur eens. Het zou anders zijn geweest als de moeder een compenserende vergoeding had ontvangen voor de afwijkingen van het testament. Maar omdat dit niet het geval was, was na het overlijden van de moeder de belastbare nalatenschap hoger als gevolg van het fictieve voordeel uit erfenis. Bron: Rb. Den Haag, 8-3-2019 (gepubl. 26-4-2019)

Terecht bedrag aangegeven voor privégebruik woning voor btw

Anders dan in het Champignonkwekerij-arrest etiketteerden de vennoten hun woning tot ondernemingsvermogen. Daarom is volgens de rechtbank terecht een bedrag voor privégebruik van de woning aangegeven.

Een echtpaar exploiteert in firma-verband een transportbedrijf. In 2009 en 2010 laten zij op hun grond een woning bouwen en nemen die in 2010 in gebruik. Dit gebruik is deels voor de onderneming. Voor de inkomstenbelasting is de volledige woning privé. De firma heeft de in rekening gebrachte omzetbelasting voor de bouw van de woning volledig in aftrek gebracht. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen haar eigen btw-aangiften voor de bijtelling wegens het privégebruik van de woning. De inspecteur heeft de bezwaarschriften afgewezen. Voor Rechtbank Noord-Nederland is het de vraag of in de btw-aangifte een bedrag vanwege privégebruik van de woning moet worden meegenomen. Het echtpaar neemt voor de rechtbank het standpunt in dat zij het privédeel van de woning nooit tot het ondernemingsvermogen voor de omzetbelasting hadden mogen rekenen. Voor dit standpunt beroept het echtpaar zich op het arrest van de Hoge Raad van 30 oktober 2015 (Champignonkwekerij-arrest). De rechtbank stelt vast dat het echtpaar tijdens de bouw van de woning de keuze heeft gemaakt de in rekening gebrachte omzetbelasting volledig in aftrek te brengen. Dat was toen volledig in overeenstemming met de wet- en regelgeving. Door de voorbelasting volledig in aftrek te brengen, heeft het echtpaar er voor gekozen om de volledige woning als investeringsgoed te beschouwen, dat zowel zakelijk als privé wordt gebruikt. De rechtbank wijst het beroep op het hiervoor genoemde Champignonkwekerij-arrest af. In dat arrest kozen de vennoten er juist voor de woning niet als ondernemingsvermogen te kwalificeren, terwijl de vennoten dat in dit geval wel hebben gedaan. Bron: Rb. Noord-Nederland 23-4-2019